Vanuit de ruimte wordt planeet Aarde gemeden als de pest omdat ze bewoond wordt door mediocere en bijgevolg uiterst agressieve wezens. Desondanks zijn Râar en Zhîm geland op deze gevaarlijke planeet. Een kleine stap voor Râar en Zhîm, een grote stap voor ruimteverkenners...






Zhîm en Râar waren geen gewone zondagsvaarders. Jarenlang hadden ze samen de kosmos doorkruist, en hadden ze vele planeten verkend. Zhîm was een ervaren piloot en technieker die de ruimteschepen van binnen en van buiten kende. Râar was dan weer een uitgelezen planeetverkenner. Hij had een enorme ervaring opgedaan door zich steeds weer als eerste tussen ongekende bevolkingsgroepen te begeven. Soms hadden Râar en Zhîm gewerkt voor een toerismebureau, andere keren waren ze op ontdekkingstocht vertrokken in opdracht van politieke heersers. Af en toe waren ze er ook op uit gegaan in naam van de wetenschap.
Nu waren ze allebei met pensioen. Vorig jaar had Râar de achtenswaardige pensioenleeftijd van 27 jaar bereikt, en onlangs was het de beurt van Zhîm geweest om het dagelijkse werken vaarwel te zeggen. Eindelijk konden de mannen de officiële ruimte-exploratie achter zich laten en waren ze vrij om te varen volgens hun inspiratie. Zo waren ze bij deze planeet aanbeland, een planeet die door de bewoners ‘Aarde’ genoemd werd.
‘Nog één nacht observatie,’ stelde Râar voor. ‘We weten al dat de nabije omgeving overdag ongevaarlijk is, nu moeten we nog nagaan wat er ’s nachts gebeurt.’
‘En dan kunnen we morgen op de Aarde rondwandelen, ons onopgemerkt tussen de bevolking mengen.’ Zhîm knipoogde. ‘Ik zal wel al ons thuiscentrum, Control Weetal, inlichten over onze situatie.’ Hij drukte enkele knoppen in.
'Khasrol13 aan controlecentrum Weetal, Khasrol13 aan controlecentrum Weetal – we zitten met een probleem. Ik herhaal. We zitten met een probleem.’
‘Hier controlecentrum Weetal. Zeg het maar. Wat is het probleem?’
‘Wel, het zit zo: de motor van ons ruimtetuig heeft een technisch defect en we hebben een takeldienst nodig.’
‘Ben je al nagegaan of je het zelf kon herstellen?’
‘Negatief.’
‘Wat, negatief? Hebben jullie het onderzocht of niet?’
‘Affirmatief. We hebben het onderzocht, chef. Maar de herstelmogelijkheden zijn negatief. We kunnen alleen maar wachten op een van jullie takelschepen.’
‘Even geduld. We zoeken jullie coördinaten op.’
De verbinding was bijzonder helder. Zhîm kon zelfs alle achtergrondgeluiden op de basis horen.
‘Volgens de coördinaten zweven ze niet tussen planeten, maar zitten ze op een planeet.’
‘Welke? Waar ergens?’
‘In een uithoek van de galaxy die ‘de Melkweg’ wordt genoemd door de bewoners van een planeet die ‘de Aarde’ heet.’
‘Wat?’
Gelach en gemompel volgden.
Dan klonk weer de stem van het controlecentrum.
‘Khasrol13! Je wil toch niet dat we je komen oppikken van die planeet Aarde?!’
‘Euh... wel... ja. Als het niet teveel gevraagd is,’ antwoordde Zhîm zo onschuldig mogelijk.
‘Je bent op de Aarde geland in plaats van op de maan die rond de Aarde draait!’
‘Ach ja, de maan,’ zei Zhîm. ‘We waren er al voorbij voor we daaraan konden denken. Het ging tenslotte om een noodsituatie, het moest heel snel gaan. Trouwens, het is nu dik te laat om daar nog iets aan te veranderen. We bevinden ons op de Aarde en we kunnen hier niet weg zonder takeldienst.’
‘Zhîm, je weet dat het ten stelligste afgeraden is om op zo’n gevaarlijke planeet te landen! Zelfs noodlandingen zijn afgeraden! Volgens de richtlijnen moest je landen op de maan!!’
‘Klopt. Maar we zitten nu op de Aarde. Onze boordcomputer heeft een onopvallende plaats uitgezocht waar we veilig geland zijn.’
Op de achtergrond hoorden Zhîm en Râar gemompel: ‘Stelletje foefelaars! Ze zijn compleet getikt!’
Natuurlijk geloofden ze op het controlecentrum geen woord van de uitleg die Zhîm gegeven had. Zhîm stond gekend als een eersteklas piloot die nooit fouten maakte, maar wel talrijke slippertjes. Hij was gek op avontuur. Voor het controlecentrum was het duidelijk dat de beide heren hun nieuwsgierigheid niet hadden kunnen bedwingen en bewust de maan links hadden liggen omdat ze de Aarde wilden verkennen.
‘Je weet toch dat we die maatregelen in de eerste plaats nemen voor JULLIE veiligheid?! De Aarde is een levensgevaarlijke planeet!’
‘Dat weten we, maar nogmaals: het is nu te laat. We zijn geland.’
‘Khasrol13! Voor deze reis hebben jullie een tweedehands ruimtetuig uitgekozen dat vol verouderde apparatuur steekt. Je hebt de toelating gekregen om daarmee te vertrekken omdat je technisch onderlegd bent en de meeste problemen zelf kan oplossen. En uitgerekend met een dergelijk vehikel trekken jullie naar een gevarenzone! Een zone waar oncontroleerbare, achterlijke en gewelddadige, lompe wezens leven!!’
‘Tja,’ reageerde Zhîm. ‘Maar ook de modernste ruimtetuigen krijgen weleens een probleempje. En ik moet er niet aan denken dat we hier met zo’n moderne vliegende schotel aan de grond zouden staan. Dan zou de hele mensheid onmiddellijk doorhebben dat we buitenaardsen zijn, zelfs al zagen ze ons met hun ogen toe!’
‘Maar om met een technisch voorbijgestreefd toestel als dat van jullie naar een afgelegen en primitief zonnestelsel te reizen, daar moet je compleet mesjogge voor zijn!’
Het controlecentrum was zenuwachtig. En toch merkten Zhîm en Râar nog een andere toon in de stem die hen bereikte door de luidspreker. De stem probeerde niet in lachen uit te barsten. Glimlachend volgden Zhîm en Râar het vervolg van de discussie in controlecentrum Weetal.
'Die twee! Ze zijn weer bezig! Ze zijn vertrokken met een toestel dat zo oud is dat het slechts op het nippertje door de controles is geraakt... als bestemming hebben ze de meest onwaarschijnlijke plek van de hele kosmos uitgekozen, een zonnestelsel dat absoluut niemand interesseert, een planeet waar nauwelijks informatie over bestaat – en de weinige informatie die voorhanden is, is bepaald niet geruststellend. Net dié plek hebben beide heren uitgezocht om er ruimtepech te krijgen.’
‘We kunnen niet meer terug zonder takeldienst,’ zei Zhîm. Hij werd ongeduldig en deze keer klonk zijn stem net iets minder vriendelijk.
Aan de andere kant hoorde hij een diepe, lange zucht.
‘Goed, goed. Je hebt je in een gevarenzone geriskeerd, maar je bevindt je niet echt in verboden gebied. We sturen een takeldienst. En je zal alle tijd hebben om de Aarde te verkennen, want de takeldienst zal pas over enkele aardse dagen bij jullie aankomen. Als alles meevalt, tenminste.’
Zhîm liet weten dat er geen haast bij was omdat ze veilig geland waren, en dat, wat hem betrof, de takeldienst zelfs enkele weken op zich mocht laten wachten.
‘En hoe ziet die veilige omgeving er dan uit?’ vroeg controlecentrum Weetal, nieuwsgierig ondanks alles.
‘We zijn geland in een gebied waar de mensen allemaal in kleine, witte huisjes op wielen wonen. De huisjes hebben kubusachtige vormen, of ovaal, min of meer zoals Khasrol13. Eigenlijk valt Khasrol13 helemaal niet op. Ons ruimtetuig behoort tot de huisjes. Alleen heeft het geen wielen.’
‘Als jullie dat een veilige omgeving noemen moet je het weten. We laten je ophalen. Het is zelfs de eerste keer dat we het nieuwe reddingsschip ‘Sticker’ zullen inzetten. Zeg nu nog dat het geen goeie service is!’
‘Prachtig! Minder hadden we van jullie niet verwacht. Mogen we ook weten wie het reddingsschip zal bemannen?’
‘Een zekere Thelussa en Tambina, jullie maar al te goed bekend, niet?’
Op de achtergrond weerklonk opnieuw gelach.
‘En vergeet toch niet dat de bevolking op Aarde erom bekend staat onvoorspelbaar gewelddadig te zijn,’ herhaalde het controlecentrum. ‘Blijf in het ruimteschip tijdens je verblijf daar.’
Het was een nutteloze raadgeving, dat besefte Control Weetal ook. Daarom voegde het eraan toe: ‘Als je ondanks alles op die gevaarlijke planeet toch uit je schelp zou kruipen, laat je dan bijstaan door de computer.’
‘We zijn zeer voorzichtig,’ verzekerde Zhîm hen.
’Dat hebben we net gemerkt,’ was het antwoord. ‘Een gezellig verblijf toegewenst in je aardse huisje. En laat je vooral niet opeten door die inboorlingen.’
‘Tot ziens, Control Weetal.’
‘Tot gauw, charlatans.’
Na deze laatste woorden hoorden Zhîm en Râar de monotone zoemtoon van een toestel in stand-by. Alle schermen lichtten flauw oranje op en een blauwe tekst vermeldde: STAND BY.
Zhîm en Râar keken elkaar aan.
‘Ziezo! Ons verblijf op Aarde is administratief geregeld!’ besloot Zhîm tevreden.
‘Er wacht ons een mooie periode van enkele aardse dagen vooraleer die takeldienst ons zal oppikken,’ antwoordde Râar glunderend.
Samen staarden ze door de wand, de nacht in, en dachten ze terug aan het moment dat ze het defect hadden ontdekt terwijl Khasrol13 in een gevaarlijke afdaling naar de Aarde toedook. Ze waren er toen allesbehalve gerust in geweest.



Administratief was alles geregeld en de twee avonturiers konden eindelijk hun gang gaan. Wisten zij veel wat er zou volgen...


terug